De RSZ heeft de beslissing genomen (bericht Directie Reglementering van 24/06/2010) om de principes toe te passen zoals uiteengezet op de ministerraad van 27 november 2009, met name: "Als een werkgever een werknemer een gsm aanbiedt, moet er aangifte gedaan worden van het voordeel alle aard voor het privégebruik, tenzij de privécommunicatie rechtstreeks aan de werknemer wordt gefactureerd."
De bedoeling was dat een Koninklijk Besluit dit vanaf 1 april 2010 zou regelen, maar dit is nooit goedgekeurd.
Ondanks het ontbreken van een wettelijk kader heeft de RSZ dus beslist dat er sprake is van een voordeel van alle aard wanneer een gsm door een werkgever aan zijn werknemer ter beschikking gesteld wordt, tenzij er een strikt verbod op privégebruik is.
De RSZ laat de werkgever de keuze om:
1.ofwel de volledige factuur te laten dragen: het voordeel van alle aard voor de werknemer wordt forfaitair geraamd op € 12,50/maand. (€ 150,00 per jaar)
2.ofwel de mobiele operator te vragen om de privé- van professionele communicatie te scheiden. De privécommunicatie wordt dan rechtstreeks door de mobiele operator aan de werknemer gefactureerd. Er is dan geen voordeel van alle aard.
De toepassing van het RSZ forfait geldt niet per sé fiscaal: hier moet dus in principe nog steeds rekening worden gehouden met de werkelijke waarde bij de verkrijger. Dit is “het bedrag dat de verkrijger in normale omstandigheden zou moeten besteden om een dergelijk voordeel te verkrijgen”. Met andere woorden, toepassing van het RSZ-forfait biedt geen garantie dat de de fiscus zal volgen.